TEXTS

 

Freddy Huylenbroeck, Structuren tussen figuratie en abstractie, 2016

 

NL 

De twee grote richtingen - figuratie en abstractie - die de kunst van de twintigste eeuw in twee kampen hebben opgesplitst, betekenen voor Hilde Goossens absoluut geen tegengestelde attituden die onverenigbaar zouden zijn of alleen streng gescheiden naast elkaar zouden kunnen bestaan. Met haar doeken bewijst de kunstenares dat een gelijkwaardige interpretatie van diverse artistieke zienswijzen en picturale beeldelementen in één en hetzelfde kunstwerk mogelijk is.

In haar zoektocht van waarneming naar vormgeving hanteert Hilde Goossens een intuïtieve beeldtaal die enerzijds een evenwicht nastreeft van vormen en kleurpartijen, anderzijds de dynamiek en de uitdrukkingskracht van het verfgebaar accentueert, een vitaal, teugelloos schilderplezier etaleert dat het plastische credo van het neo-expressionisme uit de beginjaren 1980 - vaak omschreven als heftige Malerei met een onleesbare schilderdrift en Hunger nach Bildern - alle eer aandoet. Op het eerste gezicht kunnen de schilderijen van Hilde Goossens (gebundeld onder de noemer Structuren) de beschouwer treffen als vluchtige, schetsmatige en tachistische composities: een wereld van verf, vlek, geste en beweging, kordaat over het beeldvlak geborsteld in een vaal verzadigd kleurenpalet van warme, monotone blauwgrijze, okerbruine en mosgroene tinten. Deze gebroken kleuren wedijveren met uitgespaarde witten en grijzen, waardoor een ritmisch spel van visuele concentraties ontstaat die niet enkel het immer permanente licht  beklemtonen, maar ook het suggestieve gevoel van ruimte en atmosfeer haast letterlijk luchtig opdrijft. Toch is hier een kanttekening op zijn plaats. Ik il niet de indruk wekken dat de schilderkunst van Hilde Goossens louter een spontane gevoelsuitdrukking is. Want dat is zeker niet het geval. Aan de schilderijen liggen weloverwogen composities ten grondslag. Of het nu gaat over bijvoorbeeld de spanning tussen transparante en dekkende kleurvlakken, de dialoog tussen niet-figurale actie en figuratieve abstractie of het contrast tussen diverse gehanteerde materialen zoals acrylverf, grafiet, knipsel en collage ... als een regisseur met ordenende hand zet zij het gewenste beeld neer in de materiële substantie.

Was denke ich? Was fühle ich? Ich schaue in mich. Deze uitspraak van Alexej von Jawlensky, exponent van de Blaue Reiter (München, 1910), kan ook hier als statement geprojecteerd worden, plastische omzetting van de beleving, transpositie van de gewaarwording van een waarneming (= innerlijke perceptie) in een universele, tijdloze visie. Vermits het motief niet langer waarheidsgetrouw beschreven wordt, maar veeleer dient als drager van een bepaalde inhoud en uitdrukkingskracht, kan er spontaan, speels en vrijelijk met kleur, vorm, vlak en beeldruimte geëxperimenteerd worden. Synthese is daarin een doortastend sleutelbegrip. Er is geen wet die de bezige hand in een bepaalde richting dwingt. Heer en meester over haar doen en laten, improviseert Hilde Goossens volgens de inspiratie van het ogenblik. Het toeval speelt uiteraard ook een cruciale rol in dit scheppingsproces, maar het brein van de artiest draait echter constant op volle toeren om deze spontaan tot stand gekomen elementen, naargelang ze echt of vals zijn, te aanvaarden of te verwerpen. In die context ontstaan figuren en vormen, expressief, laag boven laag, waarbij de onderste laag haar sporen nalaat. Dan weer worden figuren en vormen overschilderd, gedefigureerd, zelfs volledig weggeschilderd. Achter- en voorgrond worden door elkaar geslingerd. De wriemeling van het leven verankert zich in de wriemeling van de verf. In de marge hiervan merken we tevens dat het verschil tussen figuratie en abstractie slechts een kunstmatige grens is. In volle actie is Hilde Goossens de belichaming van de theorie als zou het spontane schilderen de in het onderbewustzijn sluimerende energieën wakker schudden en naar de oppervlakte stuwen, de zogenaamde invasive experiences. Te oordelen naar haar gedrevenheid en scheppingsritme moet er in haar diepe zielenroersels nogal wat latente energie opgeslagen liggen. 

De mens en meer bepaald de aandacht voor diens lichamelijke en psychische aanwezigheid is de sine qua non, de onuitputtelijke inspiratiebron in het oeuvre van Hilde Goossens. De dichter Rutger Kopland parafraserend, schept zij beelden die op een heldere manier raadselachtig zijn. Haar figuratie wortelt in een surrealistische beeldspraak – vervreemding en een immense stilte zijn troef – , heeft echter een romantisch melancholische inslag en is getoonzet in een radicaal realistisch idioom. De anonieme mens in de massa. Mister nobody waarbij - dixit regisseur Jaco Van Dormael - een simpele keuze kan leiden tot een resem van complicaties die het leven van iemand totaal kan veranderen. Geen doemscenario, maar realiteitszin dat zich ieder moment kan voltrekken in Hilde Goossens' beeldtaal. Autobiografische introspectie of een pythagorisch zwijgen? Vervreemding en een immense stilte zijn alleszins troef. De ruis van sublieme alleenheid versus verstarde eenzaamheid dringt ongenadig door in haar geschilderde wachtzalen. Onbestemdheid werkt beklemmend. Deze schilderijen bezitten een gelaagdheid en subtiele vormentaal waardoor ze niet direct te vatten zijn. Zij verwijlen meer op de grens van de overdrachtelijke betekenis, evoceren een concentratie van prikkels waarin we noodgedwongen een werkelijkheid pogen te herkennen, of althans een illusie van werkelijkheid, want deze is zeker niet absoluut. Evocaties van het lichaam drukken en drummer er samen in een verloren-gewonnen situatie. Rijtje staan, kijken, bekeken worden, samen hokken, niemand zijn, schaduwvlekken verworden tot schimmen, doorlaatbare silhouetten, een vluchtig komen en gaan, een doen alsof en wegdromen, ... Gebaren, die meer een gemoedsgesteltenis inhouden dan een gebeurtenis, meer een tijdloos ademen dan een anekdote. Gestolde emotie, meesterlijk herleid tot een picturaal gebeuren. De soms bevroren beweeglijkheid van het silhouet werkt begoochelend en houdt de illusie van een aanwezigheid vast. Vluchtigheid en rust staan theatraal tegenover elkaar als twee schalkse ruiters. Tijd ordent duur met vergankelijkheid. Heeft duur überhaupt wel een vorm? Vaak is ze niet meer dan een voorbijgaande schim, een holle omtreklijn, een introverte kleurvlek die opgaat in een oneindige leegte, een intrigerende leegte die open blijft voor verdere invulling door de beschouwer. De exploratie wacht. Het ik/wij/zij-denken is aan de orde: de transcendentale vreemdeling zoals tot uiting komt in Ludwig Wittgensteins' Tractatus logico-philosophicus (1914-16). Steeds over en weer flitsende associaties en gissingen ontrafelen een scala van gevoelens die even tegenstrijdig zijn als het leven zelf. Gefascineerd door de huidige beeldcultuur herschikt zij deze prikkels tot beelden tussen het doodgewone, het bevreemdende, het ondraaglijke en het onmogelijke. Een picturaal spel dat simpelweg steunt op de kracht van haar verbeelding en de ambachtelijke vaardigheid om emoties te evoceren en stemmingen op te roepen.

 

EN (short version)

Hilde's paintings can strike the viewer as fleeting, sketchy and tachistic compositions. A world of paint, stain, gesture and movement in a pale saturated color palette of warm, monotone blue-gray, ocher brown and moss-green hues. Broken colors rival with recessed whites and grays and create a rhythmic game of visual concentrations. This emphasizes the permanent light, but also the evocative sense of space and atmosphere that is almost airy. Her figuration originates from a surreal imagery: alienation and an immense silence with a romantic melancholic slant in tone and in a strong realistic idiom. The anonymous man in the crowd. Volatility and tranquility clash like two mischievous riders. Fascinated by the current visual culture, Hilde rearranges this input. She creates images from the ordinary, the strange, the unbearable and the impossible. A pictorial game that relies on the power of her imagination and craft skill to evoke emotions and moods.

 

FR (version courte)

Au premier abord, les peintures d’Hilde Goossens touchent les spectateurs comme des compositions et ébauches légères, non configuratives : c’est un monde de peinture, de taches, de gestes et mouvements peint sur la toile dans une palette de couleurs avec des teintes pâles, gris bleu, ocre et verdâtre. Ces couleurs rivalisent avec les blancs et les gris et ainsi naît un jeu rythmique visuel. Elles n’accentuent pas seulement la lumière toujours permanente mais aussi le sentiment suggestif de l’espace. Sa figuration enracinée se détache dans une image surréaliste et un silense immense est son atout. Sa figuration a aussi une nature romantique et mélancholique mais se situe dans un idiome radical et réaliste. - L’anonymat dans la foule  - La légèreté et le repos font contrastes. Fascinée par la culture d’images actuelles, Hilde replace ces données sur ses toiles avec un ensemble de quotidien, d’étrangeté, d’insupportable et d’impossible. Hilde montre un jeu pictural basé sur la force de son imagination et habilité artisanale pour évoquer des états d’esprits émotionnels.

 

Freddy Huylenbroeck, curator id+Art Kunstcenter Hamme, 2016 - Kunstcahier ter gelegenheid van de tentoonstelling Structuren door Hilde Goossens